Afd. Beverwijk

Verslagen - De Kleine Jagers

Verslagen van de afdelingsactiviteiten

De Kleine Jagers

2018-10-17

Op 17 oktober jl. hield Hans Schekkerman bij Nivon Beverwijk een lezing over de Kleine Jager. Schekkerman is van beroep ecoloog/ornitholoog en was betrokken bij het veldwerk in Slettnes (Noorwegen) om de vogeltrek van de Kleine Jager in kaart te brengen.

 

De Kleine Jager

De Kleine Jager is een valkachtige roofvogel die deel uitmaakt van de familie der Jagers, die op hun beurt deel uitmaken van de Steltloperachtigen, net als bijvoorbeeld de sterns en de meeuwen. Allemaal vogels die het grootste gedeelte van hun leven op zee doorbrengen.

Binnen de orde van de Steltloperachtigen vormen de Jagers een aparte familie. Het zijn carnivore (vleesetende) vogels, die broeden in Arctische streken (het noorden van Schotland, de Faröer en Noorwegen) en de rest van het jaar op zee doorbrengen.

De Kleine Jager kent globaal twee variëteiten. Er is een donkere vorm, effen zwartbruin van kleur met witte vleugelvelden. Daarnaast is er een lichtere vorm; hoe noordelijker men komt, des te lichter is het verenkleed van de vogel. Zijn voedsel bestaat uit vissen, die hij steelt van andere vogels, zoals meeuwen en sterns.

In principe zijn het koloniebroeders, hoewel de afstand tussen twee nesten redelijk groot (50 – 100 meter) is. De broedtijd is rond de maanden april, mei en juni. Ze zijn dan in de Arctische streken te vinden. Een nest bestaat meestal uit twee eieren. Opmerkelijk is dat de Kleine Jagers in de broedtijd trouw zijn aan hun eens gekozen partner, maar in de grote vogeltrek hun eigen gang gaan.

Langs de kusten van vooral de Noordzee trekt de Kleine Jager naar zuidelijker streken. Dit vindt van half juli tot half november plaats, met een piek tussen half augustus en begin oktober.

 

Andere Jagersoorten

De voornaamste andere Jagersoorten zijn de Grote, de Middelgrote en de Kleinste Jagers. Voor kenners is het verschil goed te zien: de Middelste Jager heeft stompe en gedraaide middelste staartveren en de Kleinste Jager heeft staartveren die veel langer en smaller zijn. De Grote Jager heeft bruine onderveren en zwarte poten.

Het onderzoek

Tot voor kort was er weinig bekend over het leven van deze trekvogels. Maar sinds zij tijdens de broedperiode voorzien worden van geolocators, kan hun vlucht goed gevolgd worden. In de broedtijd brengen de onderzoekers het instrumentje (dat nog minder dan één gram weegt) aan bij de vogels en controleren exemplaren die in voorafgaande jaren zijn aangebracht. Daaruit kunnen de onderzoekers opmaken dat de vogels wegtrekken naar de meest uiteenlopende bestemmingen in Zuid-Amerika, Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland.

Zorgelijke ontwikkeling

Inmiddels blijkt uit de laatste onderzoeken dat het slecht gaat met de Kleine Jagers bij Slettnes. Er is dit jaar geen enkel ei uitgebroed en het is gissen naar de oorzaak. Misschien speelt de opkomst van de rode vos een rol. Deze is minder schuchter dan de poolvos, de oorspronkelijke bewoner van dit gebied, en wordt bijgevoerd door de bewoners.

 

Tot besluit

Het was jammer dat zo weinig mensen aanwezig waren bij deze interessante lezing. Gelukkig stelden degenen die wel aanwezig waren, na afloop een aantal kritische en geïnteresseerde vragen.

 

Annemarie Broek

 
Powered by CMSimpleRealBlog

Menu:

 

Powered by CMSimple | Template: ge-webdesign.de | Login

nach oben